Purling Penny

Tussenjasgaren

Er is een periode in het jaar die geen naam verdient. Het is geen winter meer, maar ook zeker geen zomer. De kou doet nog wel mee, maar halfslachtig. De zon schijnt, maar met voorwaarden. Je jas hangt open. Of dicht. Dat weet je pas buiten.

Voor breien is dit de ingewikkeldste tijd.

In de winter weet je wat je moet doen: dikke truien, sjaals, mutsen. Alles wat grof en geruststellend is. In de zomer is het ook duidelijk: luchtige tops, korte mouwen, misschien iets optimistisch in katoen dat je uiteindelijk drie keer draagt. Maar nu? Nu sta ik voor mijn wolvoorraad alsof ik een seizoen moet kiezen.

Als ik aan een dikke wintertrui begin, weet ik dat ik hem waarschijnlijk af heb wanneer het 23 graden is en iedereen al in linnen loopt. Dan zit ik daar met een coltrui van Noors niveau. Dat voelt overdreven. Aan de andere kant: begin ik aan een zomertop, dan brei ik in maart iets met blote schouders terwijl ik zelf nog met koude handen op de bank zit. Dat voelt ook onlogisch.

Het probleem is niet het weer. Het probleem is timing.

Breien is namelijk altijd een voorschot op de toekomst. Je maakt iets voor een moment dat er nog niet is. In de winter brei je tegen de kou die nog komt. In de zomer tegen avonden die misschien fris worden. Maar in dit tussenstuk weet je niet waar je tegenaan moet breien. Tegen hoop? Tegen twijfel?

Ik heb het geprobeerd. Een halfdikke trui. Niet te zwaar, niet te luchtig. Maar dat bleek een soort textiele diplomatie waar niemand echt blij van wordt. Het was net geen winter en net geen lente. Het project keek me verwijtend aan. *Maak een keuze*, leek het te zeggen.

Dus dacht ik: misschien is het antwoord gewoon lente.

De lente is een prettig compromis. Lente accepteert laagjes. Lente begrijpt driekwart mouwen. Lente is het seizoen van vesten. Een vest is namelijk besluiteloosheid in kledingvorm, en dat is precies wat ik nodig heb. Je kunt het open dragen, dicht dragen, halverwege dicht. Je kunt het uitdoen zonder dat iemand schrikt.

Lentebreien heeft ook psychologisch voordeel. Je werkt ergens naartoe. Naar licht. Naar buiten zitten. Naar een bankje in de zon waar je denkt: zie je wel, dit was een goed idee. En mocht het toch nog onverwacht koud worden, dan kun je altijd zeggen dat het een “extra laag” is. Dat klinkt voorbereid.

Dus nu brei ik iets dat niet uitgesproken seizoensgebonden is. Geen pooltrui, geen strandtop. Gewoon iets dat zegt: we zien wel. En dat past eigenlijk perfect bij deze periode van het jaar.

Misschien is dat de oplossing voor keuzestress. Niet vooruitlopen op een seizoen dat zich nog moet bewijzen, maar breien voor het moment ertussenin. Voor dagen waarop je ’s ochtends handschoenen overweegt en ’s middags spijt hebt van je jas.

En als de zomer dan toch ineens besluit door te zetten, dan heb ik in ieder geval een vest. Dat is nooit verkeerd.

Purling Penny

* Purling Penny schrjft maandelijks een column voor onze nieuwsbrief, wil je ze allemaal lezen, schrijf je hieronder in voor de nieuwsbrief!