Strakker of losser breien?

Losser breien is niet altijd makkelijk als je een "vaste hand van breien" hebt. Je natuurlijke manier van breien is over het algemeen het prettigst. Maar soms is het toch prettiger om wat losser te breien. Bijvoorbeeld als je snel verkrampt omdat alles zo strak over je breipennen schuift of het insteken moeite kost.

Als je een strakke breier bent dan kan het wel eens voorkomen dat je bij het rondbreien de steken wat moeilijker op je linker naaldpunt doorschuift. Daardoor kom je net even wat lastiger in "the flow" en houdt het soms wat op. Om dat te voorkomen hebben we twee handige tips voor je. Strak breien op de rondbreinaald?

 

Tip 1: 

Gebruik voor je linker naald een dunnere naaldpunt. Hierdoor schuift je werk soepeler over je naald en kun je weer flawless doorbreien. Dit kan natuurlijk alleen wanneer je rondbreinaalden met verwisselbare punten gebruikt. Let er wel op dat je de dunnere naald aan de linkerkant, dus de kant waar je de steken vanaf breit schroeft, anders bereik je juist het tegenovergestelde effect.

 

Tip 2:

Brei je vast of strak? Probeer dan eens wat verder op de naald te breien in plaats van op de naaldpunten. Met andere woorden, steek je naald dieper in de steek en bij het doorhalen laat je de steek verder op je rechter naald glijden voordat je de steek van de linker naald af laat glijden.

Brei je los en wil je graag wat strakker, doe dan precies het tegenovergestelde. Brei dus niet te ver op je naald maar meer op de naaldpunten.

Dit heeft overigens niets te maken met de stekenverhouding die je nodig hebt voor een patroon. Kijk daarvoor bij  "Waarom een proeflapje?"