Column

Januari-optimisme

Januari is de maand waarin alles ineens stiller is. De feestdagen zijn weg, de koekjes zijn op (of alleen nog aanwezig in kruimvorm), en de wereld lijkt collectief te hebben afgesproken om even niks te doen. Behalve koud zijn. Dat doet januari heel fanatiek.

Dit is ook precies het moment waarop breien weer belangrijk wordt. Niet feestelijk belangrijk, zoals in december, maar functioneel. Januari-belangrijk. Het soort belangrijk waarbij je handen koud zijn en je denkt: dit lossen we op met wol.

Je gaat zitten met een breiwerk dat al een tijdje ligt te wachten. Januari is namelijk ook de maand van de onafgemaakte projecten. Projecten die in december optimistisch zijn opgezet en daarna zachtjes aan de kant zijn geschoven omdat er plots cadeaus, diners en “even snel nog dit” tussen kwamen. In januari kijken ze je weer aan. Niet verwijtend, meer optimistisch. Zullen we verder?

Het breien zelf voelt anders dan in december. Geen kerstlichtjes, geen verplichte gezelligheid. Gewoon stilte. Misschien een radiostem die iets zegt over goede voornemens, die je beleefd negeert terwijl je steek voor steek verder gaat. Breien in januari is geen spektakel, het is onderhoud. Zoals het smeren van een fietsketting, maar dan voor je hoofd.

Je handen zijn ondertussen steenkoud. Je wrijft ze tegen elkaar, steekt ze even onder je dijen, een techniek die niet in breiboeken staat maar wel effectief is, en gaat verder. De kat ziet dit alles aan met lichte argwaan. Januari is namelijk ook voor katten een verwarrende maand. Er is minder bezoek, minder eten op vreemde tijden, en plots veel meer aandacht voor wol.

De kat kiest dan ook precies dit moment om kattekwaad te plegen. Hij loopt langs mijn breiwerk alsof hij er toevallig langs moet, maar blijft haken achter het draadje. Letterlijk. Hij kijkt me aan met een blik die zegt: O, zit dat vast? Wat onhandig voor jou. Vervolgens gaat hij precies op het patroon liggen. Niet naast. Niet half. Nee, precies daar waar ik was gebleven.

Ik schuif hem voorzichtig opzij. Hij keert terug. Dit herhalen we een paar keer, tot ik besluit dat januari ook de maand is van dingen laten gebeuren. Laat de kat. Laat de steken. Laat het tempo zakken.

En dat is precies de kern van januari breien: er is geen haast. Geen deadline. Geen “het moet af voor”. Het hoeft alleen maar verder. Rij na rij. Steek na steek. Soms een foutje, soms een perfect stukje waar je even naar kijkt en denkt: ja, zo moet het.

Langzaam ontstaat er weer iets. Geen groot gebaar, geen frisse start met confetti, maar een stille en gestage voortgang. Je werkt aan iets warms terwijl buiten alles kaal is. Je maakt iets af, of je komt er in elk geval dichterbij. 

Aan het eind van de avond leg ik mijn breiwerk neer. De kat ligt erop. Natuurlijk. Mijn handen zijn eindelijk warm en mijn hoofd doet even niks ingewikkelds. Januari heeft misschien weinig glamour, maar hij levert wel precies dit: wol op schoot, kat in de weg en het gevoel dat ik vandaag in elk geval één rij verder ben gekomen. En eerlijk, daar kan geen goed voornemen tegenop.

PurlingPenny