Purling Penny

Handwerken tijdens de hittegolf

Er bestaat een temperatuur waarop je moet toegeven dat breien even geen goed idee is. Niet omdat je geen zin hebt, maar omdat een halve wollen trui op schoot bij dertig graden of meer voelt als een persoonlijke aanval.

Dat is het moment waarop de haaknaald zijn kans schoon ziet.

Haken is namelijk zomerser. Ik weet niet of dat objectief waar is, maar zo voelt het. Misschien omdat je maar één naald vasthoudt. Misschien omdat het werk kleiner blijft. Of misschien omdat katoen simpelweg een vriendelijker materiaal is als de zon besloten heeft de hele dag te blijven.

Dus haak ik.

Binnen, met alle ramen dicht, terwijl de ventilator heel hard zijn best doet om de illusie van wind te creëren. Of buiten, in de schaduw, waar het nét uit te houden is zolang je niet beweegt. Haken is dan precies de juiste hoeveelheid activiteit. Je maakt iets, maar zonder dat je lichaam denkt dat het een marathon aan het lopen is.

Het grappige aan haken in de zomer is dat het ineens heel logisch voelt om iets voor de winter te maken. Je zit in een korte broek een muts te haken. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het is eigenlijk heel praktisch. Tegen de tijd dat het koud wordt, ben je klaar. Dat is de optimistische kant van handwerken: je bent altijd alvast bezig voor een versie van jezelf die nog moet komen.

Al moet ik toegeven dat ik me soms laat meeslepen. Dan zie ik een patroon voor een gehaakte deken en denk ik: “gezellig”. Tot ik me realiseer dat ik daarvoor een groeiende lap op schoot moet leggen. In augustus. Dat is hetzelfde als een kruik gebruiken omdat je alvast wilt oefenen voor januari.

Dus houd ik het klein.

Een mandje. Onderzetters. Een zomertasje. Projecten die niet langzaam veranderen in een persoonlijk klimaatprobleem.

De kat begrijpt er niets van. Normaal ligt hij graag naast of op mijn breiwerk. Nu kijkt hij me aan alsof hij wil zeggen: “je hebt zelf voor deze temperatuur gekozen?” Vervolgens zoekt hij de koelste tegel van het huis op en laat heel duidelijk zien dat hij vandaag geen belangstelling heeft voor garen. Pas als het bolletje een klein beetje begint te rollen, vindt hij dat hij toch iets moet bijdragen.

Wat me opvalt, is dat haken ook beter past bij de zomerstemming. Je hoeft nergens haast mee te hebben. Er is altijd wel een glas koud drinken in de buurt dat langzaam waterdruppels verzamelt. Je haakt een paar toeren, kijkt naar buiten, haakt weer een paar toeren. Niemand verwacht in de zomer dat je productief bent. Behalve jijzelf, omdat je alweer een nieuw patroon hebt opgeslagen.

En misschien is dat wel de grootste verdienste van haken tijdens een hittegolf. Het geeft je het gevoel dat je tóch iets doet, terwijl je eigenlijk vooral probeert niet te smelten.

De zomer mag dan veel van je vragen, maar gelukkig niet dat je een wollen trui op schoot neemt. Sommige grenzen zijn er niet voor niets.

Purling Penny