
De breinaald van Damocles
Er is een moment in het breien dat zich altijd op dezelfde manier aandient. Je zit lekker te breien, laten we zeggen aan een niet al te ingewikkelde sjaal, want dat klinkt onschuldig, en je merkt iets geks. Een steekje dat afwijkt. Een steek die net iets frivoler dan de rest naar links hangt. Je eerste reactie is: nee joh, dat hoort zo. Je tweede reactie is: ik kijk even niet meer in die richting, dan is het zo wel weggetrokken.
Maar helaas, dat ene rare lusje blijkt de eerste sneeuwvlok van de lawine.
In eerste instantie is er alleen nog sprake van een lichte storing in het patroon, maar ineens zie je dat de hele rij scheef loopt. Als de toren van Pisa tussen een rij strak rechte wolkenkrabbers. En dan komt de vraag die elke breier op een diep existentieel niveau kent: haal ik het uit of laat ik het zitten?
Je innerlijke Paul Witteman zegt streng: “Maar dan moet je dus alles terughalen tot daar?” En je innerlijke Floortje Dessing vraagt mild: “Of is dit juist niet heel karakteristiek?” Ondertussen zit je daar met een halve meter breiwerk op schoot te wachten tot de beslissing valt.
Het bijzondere is dat je, terwijl je naar de fout kijkt, een soort onderhandeling met jezelf begint. Zou ik dit cadeau aan iemand kunnen geven? Aan iemand die slecht ziet misschien? Of iemand die mij erg liefheeft en weet dat ik het goed bedoel?
Je denkt ook praktische dingen. Misschien kan ik er een creatieve draai aan geven. Een soort asymmetrisch patroon? Een statement over imperfectie?
Maar diep vanbinnen weet je: dit is niet de bedoeling. En toch. Toch is er dat kleine stemmetje, dat zegt: het is zonde van de tijd. En dan nog een: het is zonde van de moeite. En dan een derde: B%#@$!! (deze mag u zelf invullen).
Soms haal je het dan toch uit. Met prikkende tranen achter je ogen trek je de draad steek voor steek terug, tot je weer bij het foute punt bent. En dan voel je iets onverwachts: opluchting. Alsof je in een rommelig huis eindelijk die ene la hebt opgeruimd waarin nog een batterijenverzamelpunt uit 2004 zat.
Maar soms, héél soms, laat je het zitten. Je breit er overheen, letterlijk. En ook dat kan rust geven. Want uiteindelijk is die ene misstap, hoe zichtbaar ook, een bewijs dat jij het gemaakt hebt. Jij, met je twee handen, je concentratie, je twijfel, je koffie, en je 42 keer opnieuw tellen omdat je tijdens het tellen telkens afgeleid werd door je eigen gedachten.
Dus of je het nou uithaalt of niet: je bent nog steeds iemand die urenlang garen in ingewikkelde lussen verandert voor een sjaal die misschien nooit gedragen wordt. En dat verdient respect. Of op z’n minst een koekje.
PurlingPenny